In de zomer van 2015 is, in de door Natuurmonumenten beheerde gebieden Tiendgorzen en Tiengemeten, een vlakdekkende flora en vegetatiekartering uitgevoerd door Van der Goes en Groot.

Driekantige-bies
Driekantige bies

Beide gebieden zijn voorbeelden van ‘nieuwe’ natuur in het zoetwatergetijde gebied van het Haringvliet. In de periode van 2003 tot 2008 is het intensieve agrarisch gebruik van de gebieden gestopt en zijn de dijken en kades van Tiendgorzen en grote delen van Tiengemeten door gestoken. Hierdoor kan het water uit het Haringvliet de gebieden binnenstromen en gedeelten van het gebied periodiek overstromen. Tegenwoordig kent het Haringvliet een getijde verschil van maximaal 30cm.

Door deze natuurontwikkeling zijn karakteristieke zoetwatergetijdensoorten als Spindotterbloem, Bittere veldkers en de zeldzame Driekantige bies in het gebied aangetroffen. Met name de aanwezigheid van de laatst genoemde soort op meerdere plekken in het ontpolderde deel van het eiland is bewijs van het herstel van de zoetwatergetijde natuur.

Slikkige-oevers-met-Grote-kattenstaart
Oever met Kattenstaart

Op de lager gelegen periodiek droogvallende platen worden pioniervegetaties met Slijkgroen, Rode waterereprijs, Blauwe waterereprijs, Liggende ganzerik en Naaldwaterbies aangetroffen. Iets hoger op de langer droogvallende delen groeien bloemrijke vegetaties met verschillende tandzaadsoorten en Grote kattenstaart. Op hogere en drogere plaatsen langs de oevers en aan dijkvoeten, komen andere soorten voor, zoals Rode ogentroost, Kattendoorn, Veldgerst, Viltig kruiskruid en Blauw walstro. De watergangen zijn begroeid met vooral Smalle waterpest en Tenger- en Schedefonteinkruid. In een drietal ondiepe poelen is Rivierfonteinkruid aangetroffen. Dit betreft de meest westelijke vindplaats van Nederland tot nu toe. Ook is Kleine Kattenstaart aangetroffen op Tiengemeten.
De overstromingsgraslanden in het gebied worden door runderen begraasd. Zo kunnen Duinriet en Late guldenroede tegengehouden worden in hun opmars en blijft de aanwezigheid van Fraai duizendguldenkruid en Rode ogentroost in het gebied gewaarborgd. In de vooroevers van het gebied zijn relicten van zilte invloeden merkbaar door het voorkomen van Selderij, Zilte rus en Melkkruid.